Laatst bijgewerkt: 15 september 2026
🔎 Klik op kleine foto hieronder voor vergroting 🔍
© Foto's: Roy Eimekei
IUCN-status (2018)
Nederlandse naam: Vlagmeerval.
Wetenschappelijke naam: Dianema urostriatum.
Synoniemen: Decapogon urostriatum.
Oorsprong: Zuid-Amerika.
Landen: Brazilië.
Leefomgeving: De Dianema urostriatum, beter bekend als de vlagmeerval, leeft van nature in de langzaam stromende zijrivieren van het Amazonebekken in Brazilië. Ze komen vooral voor in rustig water buiten de grote rivieren, zoals kleine kreken en overstroomde gebieden. De bodem bestaat meestal uit zacht zand of modder. Er is veel oeverbeplanting en er zijn drijfplanten die het felle zonlicht tegenhouden. Hierdoor is het water vaak schaduwrijk. Het zijn bodembewoners (demersale vissen) die geregeld naar boven zwemmen om adem te halen. Ze leven in groepen.
Geslachtsonderscheid: De mannetjes zijn doorgaans iets slanker en kleiner dan de vrouwtjes.
Temperatuur: 25 tot 28 graden Celsius.
pH: 7,0 tot 7,5.
GH: 5 tot 20.
Licht: Als het licht in het aquarium te fel is, zal de vis zich ongemakkelijk voelen, schuw worden en zich overdag voornamelijk gaan verstoppen.
Beplanting: Een dicht beplant aquarium is niet geschikt voor deze vissen, want ze houden ervan om met een hele groep vrij door het aquarium te zwemmen en hebben daarvoor voldoende open zwemruimte nodig.
Bodembedekking: Ze houden van een zanderige bodem.
Stroming: De stroming in het aquarium kan het beste rustig tot matig worden gehouden.
Leeftijd: 9 tot 12 jaar.
Lengte: 10 tot 12 cm.
Voedsel: In de natuurlijke habitat (de rivieren van Zuid-Amerika) struint de vlagmeerval voornamelijk de bodem en de waterplanten af naar voedsel. Hun natuurlijke dieet bestaat uit insectenlarven, kleine wormpjes en watervlooien. Verder eten ze ook organisch materiaal en kleine organismen die zich op de bodem bevinden. In het aquarium is de Dianema urostriatum geen moeilijke eter. Hoewel ze hun voedsel vaak op de bodem zoeken, zwemmen ze in tegenstelling tot veel andere meervallen ook graag in de middelste waterlagen en komen ze soms zelfs naar de oppervlakte om te eten. Zorg in het aquarium voor een gevarieerd dieet dat hoofdzakelijk bestaat uit speciale meervaltabletten, zinkende pellets en granulaat van hoge kwaliteit. Ook diepvries en levend voer zoals Artemia en muggenlarven mogen niet ontbreken. Zodra ze gewend zijn aan het aquarium, eten ze ook probleemloos regulier vlokkenvoer dat naar de bodem dwarrelt of vanaf het oppervlak. Omdat deze vissen voornamelijk schemer- en nachtactief zijn, kun je ze het beste 's avonds voeren vlak voordat of nadat de aquariumverlichting uitgaat. Zo weet je zeker dat ze genoeg eten krijgen voordat de actievere overdag-vissen al het voedsel wegkapen.
Aquariummaat: 120 cm.
Waterlaag: Bodem en midden.
Karakter: Vredelievend.
Aantal: Het is een echte scholenvis, 6 vissen is echt het minimum waarin men ze moet houden anders voelen ze zich niet prettig met de kans dat ze zich gaan verstoppen of wegkwijnen.
Geschikt voor: Beginners.
Geschikt voor gezelschapsaquarium: Jazeker, mits het aquarium minimaal 120 cm is.
Tijd voor uitkomen eitjes: Na ongeveer 4 tot 5 dagen, afhankelijk van de temperatuur.
Bijzonderheden:
Kweekinfo: Het kweken met de Dianema urostriatum is zeker niet makkelijk. Het succesvol voortplanten van deze vis in een thuisaquarium is zeldzaam en wordt door ervaren meervalliefhebbers als een flinke uitdaging gezien. De grootste uitdaging zit in het stimuleren van de afzet. In de natuur planten ze zich voort tijdens de overgang van het droog- naar het regenseizoen. Om ze in gevangenschap in kweekstemming te krijgen, moet je deze seizoenswisseling heel nauwkeurig nabootsen. Eerst verlaag je het waterniveau, verhoog je de temperatuur met een paar graden en geef je tijdelijk minder (of sober) voer. Na een paar weken boots je de regentijd na door de bak te vullen met aanzienlijk koeler, zacht en licht zuur water (bij voorkeur gefilterd over turf). Tegelijkertijd moet je ze direct overvloedig gaan voeren met hoogwaardig levend voer (zoals muggenlarven en tubifex).
De mannetjes bouwen vaak een schuimnest aan het wateroppervlak. Je kunt ze hierbij helpen door een drijvend object in de bak te plaatsen, zoals een stukje piepschuim of een plastic deksel (een gele kleur schijnt extra stimulerend te werken).
Zodra de eitjes tegen de onderkant van het drijvende object zijn afgezet, moet je de volwassen vissen direct verwijderen. Ze hebben namelijk de neiging om hun eigen eieren op te eten.
Als de eitjes uitkomen en de jongen hun dooierzak hebben opgebruikt, kun je ze voeren met pas uitgekomen Artemia-naupliën of microwormen.
Hoe nuttig vond je dit artikel?
Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.
(Plaatsing star-rating 15-09-2026)