Laatst bijgewerkt: 15 september 2026

🔎 Klik op kleine foto hieronder voor vergroting 🔍

© Foto's: Henk Grundmeijer

Betta iaspis

Indonesië (Sumatra).


IUCN-status (2025)

Nederlandse naam: Betta iaspis.

Wetenschappelijke naam: Betta iaspis.

Synoniemen: 

Oorsprong: Azië.

Landen: Indonesië (Sumatra).

Leefomgeving: De Betta iaspis is een recent ontdekte wilde Betta-soort (behorend tot het Betta coccina-complex) die uitsluitend voorkomt in de zoetwatergebieden van het eiland Sumatra in Indonesië. De natuurlijke leefomgeving van deze specifieke vis kenmerkt zich door de volgende elementen, turfmoerassen in bossen (Peat swamps). De Betta iaspis leeft in dichtbegroeide, schaduwrijke turfmoerassen in het bos. Deze gebieden liggen in de praktijk vaak direct naast oliepalmplantages, wat hun leefgebied kwetsbaar maakt. Het water in deze moerassen is typisch 'zwartwater', heel zacht, zeer zuur (lage pH) en donker van kleur door de grote hoeveelheden opgeloste tannines en organisch materiaal van herfstbladeren. Deze soort heeft een unieke overlevingsstrategie ontwikkeld voor het droge seizoen. Wanneer het water in de moerassen grotendeel wegvalt, overleeft de vis de droogte door zich te verbergen in de vochtige modder onder de dode bladeren op de grond.

Geslachtsonderscheid: Mannetjes hebben intensere kleuren. De vrouwtjes zijn over het algemeen wat matter en fletser van kleur. De vinnen (rug-, anaal- en staartvin) zijn bij het mannetje net iets langer en lopen vaak spitser toe. De buikvinnen van de man zijn eveneens dikker en langer. Het vrouwtje heeft kortere, rondere vinnen. Ook heeft het vrouwtje een korter, ronder en voller lichaam, zeker wanneer ze eieren draagt. Het mannetje is slanker, gestroomlijnder en heeft een iets plattere lichaamsvorm.

Temperatuur: 27 - 29,8 graden Celsius.

pH: 4 tot 6.

GH: 1 tot 5.

Licht: Matig.

Beplanting: Zeer dichte beplanting en wat drijfplanten.

Bodembedekking: Zand of grind. Wat bladafval (gedroogde eiken of beuken bladeren) op de bodem en (kien)hout en/of takken worden zeker ook op prijs gesteld.

Stroming: Zwak.

Leeftijd: 2 tot 4 jaar.

Lengte: 1,8 tot 2,4 centimeter.

Voedsel: In hun natuurlijke habitat (zure, zachte zwartwatermoerassen) jagen deze kleine, slanke vissen op alles wat in hun bek past. Hun dieet bestaat voornamelijk uit muggenlarven (zoals zwarte en rode muggenlarven), fruitvliegjes en kleine kevers die op het wateroppervlak vallen. Verder watervlooien (Daphnia), eenoogkreeftjes (Cyclops) en kleine zoetwatergarnalen. En ook zoöplankton en andere kleine aquatische ongewervelden die tussen de afgevallen bladeren op de bodem leven.

Aquariummaat: Vanaf 45 cm.

Waterlaag: Overal.

Karakter: Vreedzaam.

Aantal: Als een koppel, mits het aquarium goed ingericht (dichte beplanting) is en minimaal 40 tot 50 liter groot is. Er is ook gemeld dat ze zich in een groep prima gedragen, mits het aquarium erg dicht beplant is en groot genoeg. Houdt wel meer vrouwtjes dan mannetjes.

Geschikt voor: Ervaren aquariaan.

Geschikt voor gezelschapsaquarium: Nee, het is veel beter om ze in een speciaal aquarium te houden.

Tijd voor uitkomen eitjes: Na circa 24 tot 48 uur komen de eitjes uit.

Bijzonderheden: 

Kweekinfo: Om Betta iaspis te stimuleren tot kweken, moet de natuurlijke regentijd worden nagebootst. In het wild planten ze zich voort wanneer de uitgedroogde moerassen weer volstromen met vers, zacht water. Watertemperatuur ongeveer 28°C tot 30°C en een pH tussen de 4.5 en 5.5. Gebruik veel gedroogde amandelboombladeren (Catappa) of elzenproppen. Deze zuren het water op natuurlijke wijze aan, kleuren het water donker (theekleur) en bootsen de natuurlijke humuslaag na.

Selecteer een gezond koppel en voer ze minimaal een week lang rijkelijk met hoogwaardig levend voer of diepvriesvoer (zoals witte of zwarte muggenlarven en artemia) om de eiproductie bij de vrouw te stimuleren.

Net als de meeste soorten uit het coccina complex, is de Betta iaspis een schuimnestbouwer. De man bouwt een nest van luchtbellen onder een drijvend blad of in een afgesloten ruimte (zoals een omgekeerd plastic bakje of een drijvende kweekbuis).

Het mannetje lokt het vrouwtje onder het nest en omhelst haar om de eieren te persen en direct te bevruchten. Hij vangt de eitjes op en plaatst ze in het schuimnest.

Na de paring neemt de man de volledige zorg voor het nest op zich. Hoewel wildvormen uit het coccina complex erom bekendstaan dat ze relatief tolerant zijn naar elkaar (ze kunnen vaak als koppel of in een groepje blijven zitten), is het raadzaam om het gedrag goed te monitoren. Als het mannetje te agressief wordt naar de vrouw, moet zij worden uitgevangen.

 

Na circa 24 tot 48 uur komen de eieren uit, afhankelijk van de exacte temperatuur.

Zodra de jongen na een paar dagen vrij rondzwemmen (wanneer hun dooizak op is), moeten ze direct gevoerd worden met microvoer zoals Pantoffeldiertjes (infusoria), azijnaaltjes of vers uitgekomen Artemia-naupliën.

     


    Hoe nuttig vond je dit artikel?

    Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.

    (Plaatsing star-rating 15-09-2026)

    Rating: 0 sterren
    0 stemmen