Laatst bijgewerkt: 30 maart 2026
IUCN-status: Niet bedreigd (2019)
Nederlandse naam: Grijze kwastvinsnoek.
Wetenschappelijke naam: Polypterus senegalus.
Synoniemen: Polypterus senegalus senegalus, Polypterus senagalus, Polypterus senegallus, Polypterus senegalensis, Polypterus arnaudii, Polypterus arnaudi, Polypterus senegalus meridionalis.
Oorsprong: Afrika.
Landen: Hij komt voor in minstens zesentwintig Afrikaanse landen, waaronder Senegal, Egypte, de Democratische Republiek Congo, Kameroen, Tsjaad, Ethiopië, Kenia, Mali, Ivoorkust, Tanzania, Soedan, Nigeria, Gambia, Oeganda en andere. De verspreiding is wijdverbreid, met inbegrip van het Nijlbekken en West-Afrika (Senegal, Gambia, Niger, Volta en het Tsjaadmeerbekken en het Congostroomgebied.
Leefomgeving: De Polypterus senegalus, ook wel bekend als de Grijze kwastvinsnoek, heeft het grootste natuurlijke verspreidingsgebied van alle kwastvinsnoeken. Deze soort komt voor in ten minste 26 Afrikaanse landen. De vis is wijdverspreid in tropisch Afrika en wordt onderverdeeld in twee ondersoorten op basis van hun regio:
- Polypterus senegalus senegalus: Te vinden in West- en Noord-Afrika, waaronder de stroomgebieden van de Senegal, Gambia, Niger, Volta en de Nijl. Ook aanwezig in het Tsjaadmeer en de meren Turkana en Albert.
- Polypterus senegalus meridionalis: Deze ondersoort bewoont voornamelijk het centrale en hogere gedeelte van het Congo-bekken.
In het wild geeft de Polypterus senegalus de voorkeur aan beschutte, ondiepe omgevingen. Ze leven in marginale moerassen, zoetwaterlagunes, rivieroevers en overstromingsvlaktes. Ze geven de voorkeur aan modderige bodems en gebieden met dichte vegetatie, zoals waterhyacinten en papyruswortels. Ze bevinden zich meestal in stilstaand of langzaam stromend water. Overdag rusten ze vaak op de bodem of verschuilen ze zich in donkere nissen; op het heetst van de dag komen ze soms naar de oppervlakte aan de rand van de vegetatie. Deze vis is extreem robuust en kan overleven in zuurstofarm water dankzij zijn vermogen om atmosferische lucht in te ademen via een primitieve long.
Geslachtsonderscheid: De aarsvin van het volwassen mannetje is breder dan die van het vrouwtje.
Temperatuur: 26 - 28 graden Celsius.
pH: 6,5 tot 7,8.
GH: 6 tot 13.
Licht: Matig.
Beplanting: Zijkanten dicht beplant met in het midden open zwemruimte, ook drijfplanten stellen ze op prijs maar zorg wel dat er ruime open stukken zijn waar ze lucht kunnen happen.
Bodembedekking: Zand of grind wat niet scherp mag zijn.
Stroming: Zwak.
Leeftijd: 34 jaar.
Lengte: 25 tot 30 cm. In het wild kunnen ze ongeveer 40 cm worden.
Voedsel: Deze roofvis heeft in de natuur een gevarieerd dieet van dierlijk voedsel. Van insecten en wormen tot vissen en meer – alles wat in zijn bek past, wordt beschouwd als prooi. In het aquarium kun je een breed scala aan levend voer en diepvriesvoer aanbieden. Rode muggenlarven en pekelkreeftjes zijn favorieten, maar ook stukjes witvis en garnalen worden gretig gegeten. Met wat geduld accepteren ze soms zelfs cichlidenkorrels.
Aquariummaat: 200 cm of groter.
Waterlaag: Onder.
Gedrag tegenover soortgenoten: Redelijk vreedzaam, mannetjes onderling echter niet.
Gedrag tegenover andere soorten: Een erg territoriale soort waarbij ze fanatiek hun territorium tegen indringers zullen verdedigen. Dus alleen samen houden met even grote sterke soorten.
Aantal: Paartje.
Geschikt voor: Ervaren aquariaan.
Tijd voor uitkomen eitjes: 3 tot 4 dagen.
Bijzonderheden: De Polypterus senegalus zal geregeld aan de oppervlakte naar lucht happen want ze hebben een aangepaste zwemblaas die ook als long kan functioneren.
Kweekinfo: In aquaria mogelijk maar erg lastig en ingewikkeld voor particulieren, daarom gaan we daar niet verder op in, ook al vanwege de nodige bakken en ruimte die voor de kweek nodig is.
Hoe nuttig vond je dit artikel?
Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.
(Plaatsing star-rating 04-03-2025)