Laatst bijgewerkt: 18 maart 2026

🔎 Klik op kleine foto hieronder voor vergroting 🔍

© Foto 1 en 2: Jesse Jente Koster, foto 3: Bas Harmsen

Schaakbordcichlide

Dicrossus filamentosus

Brazilië, Colombia en Venezuela.


IUCN-status: Niet bedreigd (2020)

Nederlandse naam: Schaakbordcichlide.

Wetenschappelijke naam: Dicrossus filamentosus (Ladiges, 1958).

Synoniemen: Crenicara filamentosa, Dicrossus filamentosa.

Oorsprong: Zuid-Amerika. 

Landen: Brazilië, Colombia en Venezuela.

Leefomgeving: De Dicrossus filamentosus, ook wel bekend als de schaakbordcichlide, heeft een specifiek leefgebied in de prachtige en uitgestrekte tropische wateren van Zuid-Amerika, met name in de bekkens van de Rio Negro en de Orinoco rivier. Deze opmerkelijke dwergcichlide komt voor in verschillende regio's van Colombia, Venezuela en Brazilië. Ze leven in kleine, ondiepe bosstroompjes en langs de oevers van grotere rivieren, waar ze in een diverse en rijke omgeving zich kunnen ontwikkelen. De bodem van hun unieke leefgebied is vaak bedekt met een dikke, voedzame laag van afgevallen bladeren, takken en wortels. Hier foerageren ze naar voedsel en vinden ze veilige beschutting tegen mogelijke voorspellingen. Ze geven de voorkeur aan langzaam stromend water. Het water is uiterst zacht en zuur, vaak gekleurd door tannines uit rottend organisch materiaal dat op een natuurlijke manier in het ecosysteem is opgenomen. In hun natuurlijke milieu ligt de pH vaak tussen de 4.0 en 5.5, wat essentieel is voor hun welzijn. Voor een succesvolle kweek in gevangenschap is het van cruciaal belang om een zeer lage pH (onder 5.5) te handhaven om te voorkomen dat eitjes door schimmel worden aangetast en daardoor verloren gaan.

Geslachtsonderscheid: Volwassen mannetjes zijn iets groter, hebben een fellere kleur en een verlengde staart. Volwassen vrouwtjes daarentegen zijn te herkennen aan hun ronde staart.

Temperatuur: 22 - 26 graden Celsius.

pH: 5,5 tot 7,5.

GH: 5 tot 8.

Licht: Zwak.

Beplanting: Houden van een dichte beplanting.

Bodembedekking: Fijn zand.

Stroming: Zwak tot matig.

Leeftijd: 5 jaar.

Lengte: 7 cm.

Voedsel: In de natuur leven ze van kleine waterdiertjes. In het aquarium is het daarom belangrijk om ze voornamelijk klein, levend voer of diepvriesvoer te geven, zoals artemia en krill. Dit kan worden aangevuld met spirulina en andere plantaardige voedingsmiddelen.

Aquariummaat: 80 cm.

Waterlaag: Onder het midden.

Karakter: Vreedzaam behalve mannetjes onderling.

Aantal: Per koppel of één mannetje met twee vrouwtjes.

Geschikt voor: Beginners met enige ervaring.

Geschikt voor gezelschapsaquarium: Ja.

Tijd voor uitkomen eitjes: Na ongeveer 3 dagen.

Bijzonderheden: Het wordt afgeraden om deze soort in een speciaalaquarium te houden, omdat ze dan erg schuw kunnen worden. Door een schooltje zalmpjes of een groepje levendbarenden toe te voegen, verdwijnt deze schuwheid en voelen ze zich meer op hun gemak.

Kweekinfo: Het kweken met de Schaakbordcichlide is vrij makkelijk.

De eitjes worden afgezet op plantenbladeren of een gladde steen, essentieel is dus dat deze aanwezig zijn in de omgeving. Voor een succesvolle kweek is het nodig om de temperatuur met ongeveer 2 graden Celsius te verhogen. De DH-waarde mag absoluut niet boven de 6 tot 8 komen, omdat anders de eitjes een grote kans hebben om te beschimmelen en daardoor verloren gaan.

Na de paring neemt het vrouwtje de volledige zorg voor het nest op zich en zal ze alles en iedereen die te dichtbij komt streng wegjagen. Zelfs het mannetje wordt dan zonder pardon verjaagd. Meestal bestaat het legsel uit ongeveer 120 eitjes, die al binnen drie dagen na het afzetten uitkomen. Nog eens vier dagen later beginnen de jongen voorzichtig aan hun eerste zwemoefeningen en gaan ze actief op zoek naar voedsel. Het vrouwtje begeleidt de jongen daarbij en leidt hen nog enkele weken rond door de omgeving om voedsel te vinden. In deze periode kunnen infusie en raderdiertjes uitstekend dienen als eerste voer. Al snel daarna kan er overgeschakeld worden op pas uitgekomen pekelkreeftjes, wat een goede volgende stap is in hun voeding.

Bij jonge kweekstellen komt het regelmatig voor dat ze hun eigen eitjes weer opeten, simpelweg omdat ze nog moeten leren hoe ze ermee om moeten gaan en hoe ze dit proces succesvol kunnen volbrengen.


Hoe nuttig vond je dit artikel?

Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.

(Plaatsing star-rating 18-02-2025)

Rating: 4.875 sterren
8 stemmen