• Plaats ook eens iets in ons Gastenboek.
  • Hoeveel sterren geeft u onze website?
Home » Vissen » Cichliden » Tanganyika cichliden » Neolamprologus leleupi

© Foto: Carolien Nemec

Naam: Neolamprologus leleupi.

Wetenschappelijke naam: Neolamprologus leleupi.

Synoniemen: Lamprologus leleupi melas, Neolamprologus leleupi melas, Lamprologus leleupi, Lamprologus leleupi leleupi, Neolamprologus leleupi leleupi.

Oorsprong: Afrika in het Tanganyika meer.

Biotoop: Afrikaans.

Geslachtsonderscheid: Erg moeilijk te zien, maar volwassen mannetjes worden (soms) iets groter dan de vrouwtjes.

Temperatuur: 24 - 26 graden Celsius.

pH: 8,5 tot 9.

GH: 7 tot 11.

Licht: Normaal.

Beplanting: Niet noodzakelijk.

Bodembedekking: Bij voorkeur een licht gekleurde zandbodem maar grind is ook geschikt want hij graaft nooit. Verder de bak inrichten met veel stenen en vooral grotten want daar zitten ze graag in.

Stroming: Matig tot hard.

Leeftijd: 10 jaar.

Lengte: 10 tot 12 cm.

Voedsel: Droogvoer, diepvriesvoer, maar vooral levend voer.

Aquariummaat: 80 cm voor 1 paartje.

Waterlaag: Onder en midden.

Karakter: Ze hebben wel een fel karakter maar kunnen prima met de meeste andere Tanganyika cichliden worden samen gehouden mits het aquarium voldoende groot is.

Aantal: Paartje of een mannetje met meerdere vrouwtjes.

Geschikt voor: Beginners.

Geschikt voor gezelschapsaquarium: Nee.

Tijd voor uitkomen eitjes: Na ongeveer 2 tot 4 dagen.

Bijzonderheden: Richt het aquarium in met veel rotsen, daar maken ze hun territorium.

Kweekinfo: Niet al te moeilijk.

 

Vaak merkt men niet eens dat ze eitjes hebben of het moet zijn dat er andere vissen in het aquarium zitten, die worden dan zeer fanatiek verjaagt. Het vrouwtje zorgt voor de eitjes en het mannetje verdedigt het territorium. De eitjes worden gelegd in een donkere grot en tegen het plafond afgezet.

 

Het nest telt meestal rond de 100 eitjes, soms meer. Ze komen na 2 tot 4 dagen uit en blijven op de bodem van hun grot zitten. Na een week gaan ze vrij rondzwemmen en beide ouders zorgen om beurt voor de jongen totdat ze bijna volgroeid zijn. De jongen kunnen worden gevoerd met stofvoer en pas uitgekomen Artemia. Als ze bijna volgroeid zijn kunnen ze het best apart worden gezet om ruzie met de ouders te voorkomen.