Laatst bijgewerkt: 25 maart 2026
IUCN-status: Niet geëvalueerd
Nederlandse naam: Blokvisje of Florida tandkarper.
Wetenschappelijke naam: Jordanella floridae (Goode & Bean, 1879).
Synoniemen: Cyprinodon floridae.
Oorsprong: Midden-Amerika.
Landen: Florida (USA).
Leefomgeving: De Jordanella floridae, beter bekend als het Blokvisje of de Florida tandkarper, komt oorspronkelijk uit het zuidoosten van de Verenigde Staten, specifiek het schiereiland Florida. Ze zijn endemisch voor Florida, met name in de stroomgebieden van de St. Johns en Ochlockonee rivieren. Ze bewonen ondiepe, stilstaande tot langzaam stromende wateren zoals moerassen (Everglades), vennen, sloten, meren en begroeide kanalen. Hun leefomgeving is doorgaans zeer dicht begroeid met waterplanten en algen, wat ze gebruiken als schuilplaats en voedselbron. Hoewel het hoofdzakelijk een zoetwatervis is, kunnen ze ook overleven in licht brak water (estuaria). De bodem in hun natuurlijke habitat bestaat vaak uit zachte modder, zand of organisch materiaal. Het Blokvisje is een van de weinige vissen die in hun natuurlijke omgeving grote hoeveelheden draadalgen eten. Ook staan ze bekend om hun overlevingskracht in tijdelijke poelen; er zijn aanwijzingen dat hun eitjes korte periodes van droogte in vochtige modder kunnen overleven.
Geslachtsonderscheid: Het mannetje is niet alleen groter, maar ook opvallend kleurrijker dan het vrouwtje. Bij het vrouwtje is daarentegen de zwarte vlek op de flank veel beter zichtbaar, en bovendien heeft zij een extra zwarte vlek op de rugvin – een kenmerk dat het mannetje volledig mist.
Temperatuur: 18 - 25 graden Celsius. Kunnen ook prima op kamertemperatuur worden gehouden want als het water te warm is kwijnen ze weg.
pH: 7 tot 7,5.
GH: 2 tot 20.
Licht: Veel.
Beplanting: Langs de randen en achtergrond moet het aquarium dicht beplant zijn maar zorg wel dat er voldoende zwemruimte over blijft. Drijfplanten worden ook op prijs gesteld.
Bodembedekking: Zand of grind.
Stroming: Zwak.
Leeftijd: 2 jaar.
Lengte: 5 tot 6 cm.
Voedsel: In de natuur voeden ze zich voornamelijk met algen, met name draadalgen. Daarnaast eten ze ook regelmatig wormen, schaaldieren en insecten. In een aquarium hebben deze vissen een dieet nodig dat rijk is aan algen of andere plantaardige voeding. Ontbreekt dit, dan kunnen volwassen exemplaren zachte aquariumplanten als alternatief voedsel gaan beschouwen. Als aanvulling kan men ze diepvries- of levend voer geven, zoals muggenlarven, watervlooien, krill, en vergelijkbare soorten.
Aquariummaat: 60 cm.
Waterlaag: Overal.
Karakter: Semi agressief, vooral het mannetje in de paartijd.
Aantal: Schooltje van minimaal 6 stuks of een harem van 1 mannetje met meerdere vrouwtjes.
Geschikt voor: Ervaren aquariaan.
Geschikt voor gezelschapsaquarium: Nee.
Tijd voor uitkomen eitjes: Afhankelijk van de temperatuur tussen de 7 tot 14 dagen.
Bijzonderheden: Dit visje leeft zowel in zoet- als brakwater, maar niet in zoutwater. Voor het aquarium is een plek met voldoende zonlicht essentieel. Zorg dat de randen en de achtergrond dicht beplant zijn. Het zonlicht stimuleert de groei van algen, die dienen als hun belangrijkste voedselbron.
Kweekinfo: Het kweken met het Blokvisje is niet al te makkelijk.
Het water in de (kweek)bak dient zacht en zuur te zijn om een kweekpoging te laten lukken. Dit is een cruciale voorwaarde om de ideale omstandigheden te creëren voor het voortplantingsproces. Een temperatuur van 23 tot 25 graden Celsius is dan sterk aanbevolen, aangezien deze warmtegraad doorgaans de beste resultaten oplevert voor de kweek.
Om een partner te lokken, pronkt het mannetje opvallend met zijn roodachtige vinnen, wat een essentieel onderdeel is van het baltsgedrag. Na het afzetten van de eitjes, die meestal zorgvuldig tussen de planten of in een kuiltje worden gelegd, wordt het vrouwtje resoluut weggejaagd. Het is dan ook beter om het vrouwtje op dat moment uit de kweekbak te verwijderen. Het mannetje neemt vervolgens de verantwoordelijkheid op zich door een vorm van broedzorg en bewaakt zeer fanatiek het legsel om het te beschermen. Nadat de jongen zijn uitgekomen, is de broedzorg volledig voorbij en moeten de jongen het vanaf dat moment helemaal zelf zien te redden.
Wanneer de jongen beginnen te zwemmen, kan men ze zonder enige problemen voeren met fijn stofvoer, pas uitgekomen artemia, microwormen en (draad)algen. Dit voedsel voorziet hen van de noodzakelijke voedingsstoffen die ze nodig hebben om gezond te groeien.
Hoe nuttig vond je dit artikel?
Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.
(Plaatsing star-rating 23-02-2025)