Laatst bijgewerkt: 14 april 2026
🔎 Klik op kleine foto hieronder voor vergroting 🔍
© Foto 1, 2 en 3: Klaas-Jan Paauw, foto 4: Wim de Wit
IUCN-status: Niet bedreigd (2019)
Nederlandse naam: Oranje neongrondel.
Wetenschappelijke naam: Stiphodon rutilaureus.
Synoniemen:
Oorsprong: Oceanië.
Landen: Papoea-Nieuw-Guinea, Salomonseilanden en Vanuatu.
Leefomgeving: Het natuurlijke leefgebied van de Stiphodon rutilaureus (Oranje neongrondel) bevindt zich in de tropische kustwateren van de zuidwestelijke Stille Oceaan. Deze vis staat bekend om zijn specifieke voorkeur voor snelstromende, heldere beken op vulkanische eilanden. De soort komt voor over een breed gebied in Oceanië, waaronder Papoea-Nieuw-Guinea, inclusief de Bismarck-archipel. Ook op de Salomonseilanden en Vanuatu worden ze veelvuldig waargenomen. Verder op Fiji, Nieuw-Caledonië en Indonesië (Specifiek in West-Papoea) en Australië, er zijn meldingen in de "Wet Tropics" van Queensland, van de Daintree River tot ten zuiden van Cairns. De natuurlijke omgeving van deze grondel is zeer specifiek en wordt gekenmerkt door korte kustrivieren waar ze leven in korte stromen die direct in de oceaan uitmonden. Door de snelle stroming en vaak aanwezige stroomversnellingen of watervallen is het water zeer zuurstofrijk. Het substraat bestaat voornamelijk uit rotsen en stenen. Deze stenen zijn essentieel omdat ze bedekt zijn met een biofilm van algen en micro-organismen waar de vissen van grazen. Uniek aan het geslacht Stiphodon is dat ze vaak voorkomen in delen van de rivier boven watervallen, waar ze met hun vergroeide buikvinnen (die als zuignap fungeren) naartoe klimmen.Het leefgebied verandert gedurende hun leven. De volwassen vissen leven en planten zich voort in zoetwater. Na het uitkomen worden de larven echter stroomafwaarts naar de oceaan gespoeld, waar ze een pelagische fase ondergaan voordat ze als jonge vissen de zoetwaterbeken weer opzwemmen.
Geslachtsonderscheid: Volwassen mannetjes krijgen in de paartijd een oranje met blauwe kop. De vrouwtjes zijn licht beige met bruine onderbroken horizontale strepen.
Temperatuur: 23 - 28 graden Celsius.
pH: 6,4 tot 7,8.
GH: 4 tot 12.
Licht: Normaal tot veel (om de groei van algen en bijbehorende micro-organismen te bevorderen, want dat is hun hoofdvoedsel).
Beplanting: Een normale beplanting.
Bodembedekking: Zand of grind (men kan het ook door elkaar mengen). Ook kan men het beste kiezels en stenen in verschillende formaten toevoegen. Oude, goed ingewaterde stukken (kien)hout zijn ook prima. Nieuwe stukken hout niet vanwege dat deze tannine afgeven en daardoor neemt het licht af en dus ook de algengroei.
Stroming: Sterk.
Leeftijd:
Lengte: 5 cm.
Voedsel: Het hoofdmenu van hun dieet bestaat uit algen en de bijbehorendemicro-organismen die tussen de algen leven. Het type alg dat ze eten is van groot belang. Ze geven de voorkeur aan diatomeeën (ook wel kiezelwieren genoemd, bruin van kleur), cyanobacteriën (vaak blauwgroene algen genoemd) en groene algen. Sterke soorten, zoals de rhodofytische algensoort 'zwarte borstelalg', worden door hen doorgaans vermeden. Voor het aquarium is het belangrijk dat er voldoende algen aanwezig zijn. Daarnaast kan hun dieet worden aangevuld met diepvriesvoer en/of klein levend voer. Muggenlarven mogen slechts sporadisch worden aangeboden, omdat hun darmen niet zijn aangepast aan dit type voedsel. Deze zijn namelijk gespecialiseerd in het verwerken van plantaardig materiaal.
Aquariummaat: 60 cm.
Waterlaag: Onder.
Karakter: Vreedzaam, echter in de paartijd zijn de mannetjes onderling agressief.
Aantal: Paartje of een schooltje van minimaal 8 stuks.
Geschikt voor: Beginner met enige ervaring.
Geschikt voor gezelschapsaquarium: Ja, mits de medebewoners kleine en rustige soorten zijn.
Tijd voor uitkomen eitjes:
Bijzonderheden:
Kweekinfo: In aquaria nog nooit gelukt.
Hoe nuttig vond je dit artikel?
Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.
(Plaatsing star-rating 23-02-2025)