Laatst bijgewerkt: 29 juni 2026
🔎 Klik op kleine foto hieronder voor vergroting 🔍
© Foto 1 en 2: Gitty Markies - Korevaar, foto 3: Patrick Heeren, foto 4: Rianne Mohlmann
IUCN-status: Gevoelig (2014)
Nederlandse naam: Pandapantsermeerval.
Wetenschappelijke naam: Hoplisoma panda (naam is gewijzigd).
Synoniemen: Corydoras panda.
Oorsprong: Zuid-Amerika.
Landen: Peru, het bovenste gedeelte van de Amazone.
Leefomgeving: Het natuurlijke leefgebied van de Hoplisoma panda bevindt zich in de bovenloop van het Amazonegebied in Zuid-Amerika, met name in Peru. De allereerste exemplaren werden ontdekt in de regio Huánuco in Peru. In het wild leeft deze vis hoofdzakelijk in het stroomgebied van de Río Ucayali. Belangrijke specifieke vindplaatsen zijn het riviersysteem van de Río Pachitea en de zijrivier Aquas Amarillas (wat 'Geel Water' betekent) en zijrivieren zoals de Río Aguas, Río Amarillae, Río Zungaro en Río Aguaytia. De natuurlijke omgeving van de vis kent een aantal specifieke geografische en ecologische eigenschappen. Veel van de stroompjes waarin ze leven worden gevoed door smeltwater uit het nabijgelegen Andesgebergte. Hierdoor is het water in het wild vaak koeler en zuurstofrijker dan in de typische, laaggelegen tropische regenwoudrivieren. In het voorjaar kan de watertemperatuur in hun leefgebied dalen tot zo'n 19°C. De vis komt voor in zowel helder, kristalhelder water als in milde zwartwaterstromen (water dat donker gekleurd is door organische tannines uit herfstbladeren). Het water stroomt doorgaans matig tot snel. De rivierbodems bestaan in hun leefgebied voornamelijk uit fijn zand of heel fijn grind, vaak bedekt met een dikke laag afgevallen bladeren, takken en blootliggende boomwortels van het omliggende regenwoud. Hierin zoeken ze in grote scholen naar micro-organismen en insectenlarven. Tijdens het regenseizoen treden de rivieren buiten hun oevers. De vissen migreren dan soms naar ondiepe, moerassige laaglandbossen waar het zuurstofgehalte een stuk lager kan zijn. Om hier te overleven, maken ze gebruik van hun darmademhaling.
Geslachtsonderscheid: Volwassen vrouwtjes zijn voller gebouwd dan het mannetje.
Temperatuur: 16 - 28 graden Celsius.
pH: 6,5 tot 7,5.
GH: 1 tot 12.
Licht: Normaal.
Beplanting: Normale tot dichte beplanting, bij gebruik van drijfplanten er wel voor zorgen dat er grote open stukken zijn waar ze lucht kunnen happen.
Bodembedekking: Gebruik fijn afgerond zand anders kunnen hun baardharen beschadigen. Verder de bak inrichten met schuilholen, kienhout, grotten en stenen. Gedroogde bladeren van de eik of beuk op de bodem stellen ze erg op prijs.
Stroming: Matig tot hard.
Leeftijd: 5 jaar.
Lengte: 5 cm.
Voedsel: In de natuur is het een alleseter die zich voedt met wormen, schaaldieren, insecten en hun larven, maar ook met plantaardig voedsel. In het aquarium kun je ze voeden met speciale tabletten en vlokkenvoer, afgewisseld met levend of diepvriesvoer zoals muggenlarven, mysis, artemia, watervlooien, enzovoort. Daarnaast worden ook verse groenten, zoals gepelde doperwten, komkommer, spinazie en andere soorten, goed geaccepteerd.
Aquariummaat: 60 cm.
Waterlaag: Bodembewoner.
Karakter: Zeer vreedzaam.
Aantal: Groepsvis, minimaal 6.
Geschikt voor: Beginners.
Geschikt voor gezelschapsaquarium: Ja, zorg wel voor voldoende schuilplaatsen.
Tijd voor uitkomen eitjes: Na 2 tot 3 dagen.
Bijzonderheden:
Kweekinfo: Het kweken van deze soort is vrij makkelijk.
Neem een aparte kweekbak voor het allerbeste kweekresultaat en om de omstandigheden volledig te kunnen controleren. Plaats 2 mannetjes en 1 vrouwtje in de kweekbak om de kans op succesvolle voortplanting te vergroten. Voer de vissen een week lang met zéér gevarieerd voer dat rijk is aan voedingsstoffen, en vergeet niet ook levend voer aan te bieden voor extra stimulatie en vitaliteit. Daarna laat men heel geleidelijk de temperatuur langzaam zakken naar ongeveer 19 graden Celsius. Als alternatief kan men ook een gedeelte van het water verversen en vervangen door kouder water om hetzelfde effect te bereiken.
De vissen zullen dan diezelfde nacht, of eventueel de daaropvolgende nacht, al overgaan tot het afzetten van de eitjes. Zodra de eitjes zijn afgezet, dient men de vissen direct uit de kweekbak te verwijderen, omdat ze anders geneigd zijn de eitjes op te eten. Zorg er ook voor dat de verlichting niet te fel is, omdat te veel licht ervoor kan zorgen dat de eitjes beschimmelen en daardoor verloren gaan.
De eitjes komen na ongeveer 2 tot 3 dagen uit, afhankelijk van de specifieke omstandigheden. Men kan de jonge visjes het beste opvoeden met kleine ongewervelden zoals Cyclops en Artemia-naupliën, die rijk aan voedingsstoffen zijn en ideaal voor de groei en ontwikkeling van de jongen.
Overweegt u een Hoplisoma panda (Pandapantsermeerval) aan te schaffen?
Klik dan op het logo van onze partner, StarFish Aquaria.
Hoe nuttig vond je dit artikel?
Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.
(Plaatsing star-rating 21-02-2025)