Laatst bijgewerkt: 11 april 2026
IUCN-status: Onzeker (2011)
Nederlandse naam: Gele neongrondel, Blauwkopgrondel.
Wetenschappelijke naam: Stiphodon percnopterygionus.
Synoniemen:
Oorsprong: Azië.
Landen: Japan, Taiwan en Micronesië.
Leefomgeving: De Stiphodon percnopterygionus, in het Nederlands ook wel de Gele neongrondel genoemd, heeft een specifiek leefgebied dat zich uitstrekt over diverse eilanden in de westelijke Stille Oceaan. voornamelijk de Ryukyu-eilanden (zoals Iriomote en Ishigaki), de Ogasawara-eilanden en delen van de prefecturen Shizuoka, Kochi en Miyazaki. In Taiwan in het zuidelijke deel (provincies Pingtung en Taitung). En in Micronesië, onder andere Guam, de Marianen en Palau (Babeldaob). De volwassen vissen leven in een specifiek type biotoop. Ze bewonen korte, heldere kustrivieren en beken op vaak vulkanische eilanden. Ze geven de voorkeur aan zeer zuurstofrijk, snelstromend water met stroomversnellingen en watervallen. De bodem bestaat uit stenen en rotsen die vaak bedekt zijn met dikke matten algen of biofilm, waar de vissen van grazen. In tegenstelling tot veel andere Stiphodon-soorten bevinden ze zich vaak in de midden- en bovenloop van rivieren. Een uniek aspect van hun leefgebied is dat ze een deel van hun leven in zee doorbrengen. Volwassenen leggen hun eieren aan de onderkant van stenen in zoetwaterbeken. Na het uitkomen drijven de larven stroomafwaarts naar de oceaan, waar ze 2,5 tot 5 maanden als pelagische larven leven. De jonge vissen trekken vervolgens weer de zoetwaterstromen in om volwassen te worden en zich voort te planten.
Geslachtsonderscheid: Mannetjes in broedkleed worden geel met een blauwe kop en de vrouwtjes zijn licht beige met bruine horizontale strepen.
Temperatuur: 23 - 28 graden Celsius.
pH: 6,4 tot 7,8.
GH: 12 tot 20.
Licht: Normaal tot veel (om de groei van algen en bijbehorende micro-organismen te bevorderen, want dat is hun hoofdvoedsel).
Beplanting: Een normale beplanting.
Bodembedekking: Zand of grind (men kan het ook door elkaar mengen). Ook kan men het beste kiezels en stenen in verschillende formaten toevoegen. Oude, goed ingewaterde stukken (kien)hout zijn ook prima. Nieuwe stukken hout niet vanwege dat deze tannine afgeven en daardoor neemt het licht af en dus ook de algengroei.
Stroming: Sterk.
Leeftijd:
Lengte: 4 cm.
Voedsel: Het hoofdmenu van hun dieet bestaat uit algen en de bijbehorende micro-organismen die tussen de algen leven. Het type alg dat ze eten is van groot belang. Ze geven de voorkeur aan diatomeeën (ook wel kiezelwieren genoemd, bruin van kleur), cyanobacteriën (vaak blauwgroene algen genoemd) en groene algen. Sterke soorten, zoals de rhodofytische algensoort 'zwarte borstelalg', worden door hen doorgaans vermeden. Voor het aquarium is het belangrijk dat er voldoende algen aanwezig zijn. Daarnaast kan hun dieet worden aangevuld met diepvriesvoer en/of klein levend voer. Muggenlarven mogen slechts sporadisch worden aangeboden, omdat hun darmen niet zijn aangepast aan dit type voedsel. Deze zijn namelijk gespecialiseerd in het verwerken van plantaardig materiaal.
Aquariummaat: 60 cm.
Waterlaag: Onder.
Karakter: Vreedzaam, echter in de paartijd zijn de mannetjes onderling agressief.
Aantal: Paartje of een schooltje, maar plaats dan wel meer vrouwtjes dan mannetjes in de groep omdat de mannetjes onderling nogal dominant zijn.
Geschikt voor: Beginner met enige ervaring.
Geschikt voor gezelschapsaquarium: Ja, mits de medebewoners kleine en rustige soorten zijn.
Tijd voor uitkomen eitjes:
Bijzonderheden:
Kweekinfo: In aquaria nog nooit gelukt want de larven moeten opgroeien in zeewater.
Hoe nuttig vond je dit artikel?
Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.
(Plaatsing star-rating 23-02-2025)