Laatst bijgewerkt: 13 oktober 2026
🔎 Klik op foto hierboven voor vergroting 🔍
© Foto: Johan Scheenstra
IUCN-status (2020)
Nederlandse naam: Zwarte franjelip.
Wetenschappelijke naam: Labeo chrysophekadion.
Synoniemen: Rohita chrysophekadion, Morulius chrysophekadion, Labeo crysophekadon, Morulius chrysophekadian, Rohita cyanomelas, Rohita polyporos, Chrysophekadion polyporos, Rohita koilogeneion, Rohita pectoralis, Morulius pectoralis, Rohita sima.
Oorsprong: Azië.
Landen: Cambodja, Laos, Thailand, Vietnam, Maleisië en Indonesië (Sumatra, Java en Borneo).
Leefomgeving: De Labeo chrysophekadion, in het Nederlands ook wel zwarte franjelip of zwarte haai genoemd, komt van nature voor in de zoete wateren van Zuidoost-Azië. Het verspreidingsgebied omvat de stroomgebieden van de Mekong, Chao Phraya, Mae Klong en Salween, evenals het Maleisisch Schiereiland en de eilanden Sumatra, Java en Borneo. De soort is onder meer te vinden in Thailand, Laos, Cambodja, Vietnam en Indonesië. Deze vis leeft in grote rivierbeddingen, diepe rivierkanalen, kleinere zijrivieren en kanalen. Tijdens het regenseizoen trekt hij naar overstroomde uiterwaarden en bossen om te foerageren. De zwarte franjelip is een potamodrome trekvis: volwassen exemplaren zwemmen aan het begin van de regentijd stroomopwaarts om te paaien. De soort leeft in tropisch zoetwater met een temperatuur van 20–27°C, een pH-waarde van 6,0–8,0 en een matige waterhardheid. Hij houdt zich voornamelijk dicht bij de bodem op (benthopelagisch), in de buurt van schuilplaatsen zoals rotsen en gezonken boomstammen. Daar voedt hij zich met algen, detritus en kleine organismen.
Geslachtsonderscheid: Moeilijk te zien, maar een volwassen vrouwtje is iets dikker dan het mannetje.
Temperatuur: 22 - 26 graden Celsius.
pH: 6,5 tot 7,5.
GH: 5 tot 15.
Licht: Normaal.
Beplanting: Normale beplanting. Drijfplanten om het licht iets te dimmen stellen ze wel op prijs.
Bodembedekking: Zanderige bodem. Hier en daar wat (platte) stenen waar ze op kunnen liggen stellen ze zeker op prijs. Schuilplaatsen mogen ook zeker niet ontbreken.
Stroming: Matig tot sterk.
Leeftijd:
Lengte: 30 tot 45 cm.
Voedsel: In de natuur voeden deze vissen zich met algen, kleine kreeftjes, insectenlarven en andere kleine organismen. In het aquarium kun je ze het beste regelmatig levend voer of diepvriesvoer geven, zoals artemia, muggenlarven, watervlooien, enzovoort. Dit kun je aanvullen met hoogwaardig droogvoer, zoals vlokken of korrels, en verse plantaardige ingrediënten, bijvoorbeeld gepelde erwten, komkommer, geblancheerde courgette, spinazie of kleine stukjes fruit.
Aquariummaat: 150 cm.
Waterlaag: Onder het midden.
Karakter: Vreedzaam tegenover andere grote vissen maar niet tegenover soortgenoten. Niet meer dan 1 vis houden.
Aantal: Solitair houden.
Geschikt voor: Beginners met enige ervaring.
Geschikt voor gezelschapsaquarium: Nee.
Tijd voor uitkomen eitjes:
Bijzonderheden:
Kweekinfo: In aquaria nog nooit gelukt.
Hoe nuttig vond je dit artikel?
Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.
(Plaatsing star-rating 24-02-2025)