Laatst bijgewerkt: 4 april 2026

🔎 Klik op kleine foto hieronder voor vergroting 🔍

© Foto's: Alex Hoogland

Paardekopvis of Paardekopzandhapper

Acantopsis dialuzona

Maleisië, Thailand, Indonesië (Borneo, Java en Sumatra). De exacte verspreiding van deze soort is echter onduidelijk.


IUCN-status: Niet bedreigd (2019)

Nederlandse naam: Paardekopvis of Paardekopzandhapper.

Wetenschappelijke naam: Acantopsis dialuzona.

Synoniemen: Acanthopsis biaculeata, Cobitis choirorhynchos, Acantopsis choirorhynchos, Acanthopsis choerorhynchus, Acanthopsis choirorhynchos, Acanthopsis choirorhynchus, Acanthopsis choirorrhynchus, Cobitis macrorhynchos.

Oorsprong: Azië.

Landen: Maleisië, Thailand, Indonesië (Borneo, Java en Sumatra). De exacte verspreiding van deze soort is echter onduidelijk.

Leefomgeving: De Acantopsis dialuzona, in de volksmond bekend als de Paardenkopzandhapper, heeft een leefgebied dat sterk bepaald wordt door de aanwezigheid van zand waarin hij zich kan ingraven.Indonesië, met name de Grote Sunda-eilanden Java, Borneo en Sumatra. Verder ook in Maleisië, zowel op het schiereiland als op Maleisisch Borneo (Sabah) en op het vasteland van Azië, te weten Thailand (tot in het zuiden), Vietnam, Myanmar en de stroomgebieden van de Mekong en Chao Phraya rivieren. De Acantopsis dialuzona is een bodembewoner (demersaal) die zeer specifieke eisen stelt aan de ondergrond. Ze leven in zowel grote rivieren als in snelstromende, heldere beken. De aanwezigheid van zand, slib of fijn grind is cruciaal. Ze besteden een groot deel van de dag volledig ingegraven in de bodem, waarbij vaak alleen hun ogen en lange snuit boven het zand uitsteken om de omgeving in de gaten te houden. Tijdens het regenseizoen worden ze ook regelmatig aangetroffen in overstroomde velden. Omdat ze vaak in stromend water leven, zijn ze gewend aan water met een hoog gehalte aan opgeloste zuurstof. In het wild vormen ze vaak grote, losse groepen (aggregaties). Het zijn nachtactieve vissen die door het substraat zeven op zoek naar kleine prooidieren, insectenlarven en micro-organismen.

Geslachtsonderscheid: Volwassen mannetjes zijn slanker gebouwd dan de vrouwtjes en ze zijn ook wat kleiner.

Temperatuur: 25 - 29 graden Celsius.

pH: 6,5 tot 7,5.

GH: 8 tot 12.

Licht: Matig tot normaal.

Beplanting: Dicht beplante stukken met in het midden open zwemruimte.

Bodembedekking: Fijn zand of fijn grind wat absoluut niet scherp mag zijn want ze graven zich graag helemaal in zodat alleen hun kop nog te zien is.

Stroming: Normaal tot sterk.

Leeftijd: Onbekend.

Lengte: Tot 17 cm.

Voedsel: In de natuur filteren deze vissen het substraat door hun kieuwen om insectenlarven, kleine schaaldieren en ander fijn dierlijk voedsel te verzamelen. In het aquarium accepteren ze wel droogvoer dat naar de bodem zinkt, maar hun hoofdvoeding dient voornamelijk te bestaan uit levend of diepvriesvoer, zoals muggenlarven, watervlooien, tubifex of artemia.

Aquariummaat: 100 cm.

Waterlaag: Onder het midden.

Gedrag tegenover soortgenoten: Tijdens de paartijd kunnen mannetjes onderling elkaar lastig vallen, dit loopt zelden verkeerd af.

Gedrag tegenover andere soorten: Vreedzaam tegenover andere medebewoners.

Aantal: Groepje van 3 of meer.

Geschikt voor: Beginners met enige ervaring.

Tijd voor uitkomen eitjes: 

Bijzonderheden: Hoewel deze vis geen echte scholenvis is, waardeert hij zeker het gezelschap van soortgenoten. In groepsverband vertoont de vis bovendien veel natuurlijker gedrag. Omdat ze zich graag ingraven, is een zandbodem van minimaal 4 centimeter dikte essentieel. Bij schrik reageren ze razendsnel door zich in te graven; vaak blijft dan alleen de kop of een oog boven de grond zichtbaar. Het zijn vreedzame vissen die uitstekend geschikt zijn voor een gezelschapsaquarium, mits ze samenleven met rustige en niet-agressieve medebewoners.

Kweekinfo: In aquaria niets over bekend.


Hoe nuttig vond je dit artikel?

Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.

(Plaatsing star-rating 04-03-2025)

Rating: 5 sterren
6 stemmen