Laatst bijgewerkt: 3 april 2026
IUCN-status: Kwetsbaar (2011)
Nederlandse naam: Indostomus crocodilus.
Wetenschappelijke naam: Indostomus crocodilus.
Synoniemen: Indostomus crocodylus.
Oorsprong: Azië.
Landen: Thailand en Maleisië.
Leefomgeving: De Indostomus crocodilus, is een uniek visje dat in het wild een zeer specifiek leefgebied bewoont in Zuidoost-Azië. In tegenstelling tot de nauwverwante Indostomus paradoxus (uit Myanmar), vind je deze soort vooral in het uiterste zuiden. Het verspreidingsgebied beperkt zich hoofdzakelijk tot Zuid-Thailand (o.a. de provincies Narathiwat en Surat Thani) en het noordoosten van het schiereiland Maleisië (Kelantan). De eerste beschreven exemplaren werden gevonden nabij Sungai Kolok, vlak bij de grens met Maleisië.In zijn natuurlijke omgeving leeft de vis in rustige, vaak verborgen wateren. Ze geven de voorkeur aan stilstaand of zeer traagstromend water, zoals moerasbossen (o.a. het Toh Daeng veenmoeras), dode rivierarmen (oxbow meren) en ondiepe poelen in overstromingsvlakten. Hun leefgebied is rijk aan ondergedompelde wortels, bladafval (leaf litter) en waterplanten. De bodem bestaat vaak uit modder of slib, gemengd met rottend plantaardig materiaal en takken. Ze worden vaak aangetroffen in zwartwater (blackwater), wat zuur en zacht is door de aanwezigheid van tannines. Dit water is meestal helder maar donker gekleurd. Door hun camouflage en kleine formaat (ca. 3 cm) verschuilen ze zich overdag tussen de dichte vegetatie of onder een laag bladeren om te jagen op kleine ongewervelden. De soort staat op de Rode Lijst van de IUCN als kwetsbaar (Vulnerable), voornamelijk vanwege de vernietiging van hun natuurlijke moerashabitats.
Geslachtsonderscheid: Volwassen mannetjes hebben brede, langwerpige buikvinnen met de buitenste stralen naar binnen gebogen, terwijl bij vrouwtjes de buikvinnen recht en slanker zijn.
Temperatuur: 22 - 27 graden Celsius.
pH: 5 tot 7.
GH: 4 tot 8.
Licht: Matig.
Beplanting: Gedeeltelijk dichte beplanting, voeg ook wat drijfplanten toe.
Bodembedekking: Fijn zand of fijn grind wat absoluut niet scherp mag zijn om verwondingen te voorkomen. Stukken plastic pijpjes om als schuilplaats te dienen, ook kunnen die (later) als nestplaats worden gebruikt, zijn sterk aanbevolen. Wat bladafval (gedroogde eiken of beuken bladeren) op de bodem en (kien)hout en/of takken worden zeker ook op prijs gesteld.
Stroming: Zwak.
Leeftijd: Onbekend.
Lengte: 2,5 tot 3 cm.
Voedsel: In de natuur is deze soort een kleine jager die zich voedt met waterkreeftjes, wormen, insectenlarven en ander zoöplankton. In een aquarium hebben ze klein levend voer nodig, zoals microwormen, artemia-naupliën en watervlooien. Droogvoer en diepvriesvoer worden doorgaans niet geaccepteerd, en om onbekende redenen weigeren ze ook levende grindalwormen te eten.
Aquariummaat: 40 cm.
Waterlaag: Bodem.
Karakter: Zeer vreedzaam.
Aantal: Het is weliswaar geen scholenvis maar ze leven wel graag in groepjes van minimaal 6 vissen. Mannetjes zijn wel territoriaal maar daar vallen geen gewonden door.
Geschikt voor: Ervaren aquariaan.
Geschikt voor gezelschapsaquarium: Nee.
Tijd voor uitkomen eitjes:
Bijzonderheden:
Kweekinfo: Het is niet eenvoudig, maar het is toch een paar keer gelukt.
Zorg ervoor dat er voldoende schuilmogelijkheden aanwezig zijn in de vorm van bijvoorbeeld plastic pijpjes, stukjes bamboe (die hol van binnen zijn), of zelfgemaakte grotten en andere schuilplaatsen. Deze plekken bieden niet alleen beschutting, maar spelen ook een belangrijke rol in het voortplantingsproces. Het mannetje zal namelijk een geschikte plek uitkiezen waar de eitjes worden afgezet, vaak tegen het plafond van bijvoorbeeld een zorgvuldig uitgekozen plastic pijpje.
Er worden doorgaans tussen de 4 en 40 eitjes gelegd, waarbij het mannetje helemaal alleen de zorg voor de eitjes op zich neemt. Hij neemt zowel de verzorging als de bewaking uiterst serieus en waakt voortdurend over de eitjes. Zodra de jongen vrij beginnen te zwemmen, moeten ze echter zonder enige bescherming verder. Vanaf dat moment zijn ze volledig op zichzelf aangewezen en moeten ze leren zich zelfstandig te redden in hun omgeving.
Om goed te kunnen opgroeien, hebben de jongen voedsel nodig dat extreem klein van formaat is, zoals microscopisch kleine organismen waaronder raderdiertjes en pantoffeldiertjes. Het grootbrengen van deze jongen is echter een uitdagende taak, aangezien het niet gemakkelijk is om ze onder zulke specifieke omstandigheden goed te laten ontwikkelen.
Hoe nuttig vond je dit artikel?
Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.
(Plaatsing star-rating 04-03-2025)