• Plaats ook eens iets in ons Gastenboek.
  • Hoeveel sterren geeft u onze website?
Home » Vissen » Levendbarende tandkarpers » Levendbarende tandkarpers 2 » Zwartgevlekte tandkarper "auratus"

© Foto's: Stan De Jong

Naam: Zwartgevlekte tandkarper "auratus".

Wetenschappelijke naam: Phalloceros caudimaculatus reticulatus auratus.

Synoniemen: 

Oorsprong: Centraal en Zuid-Amerika.

Biotoop: Centraal en Zuid-Amerikaans.

Geslachtsonderscheid: Mannetjes hebben een tot gonopodium (geslachtsorgaan) omgevormde vin onderaan de buik. Ook is het mannetje kleiner dan het vrouwtje. Als het mannetje volgroeid is wordt zijn lichaam platter.

Temperatuur: 16 - 24 graden Celsius.

pH: 7 tot 8.

GH: 8 tot 15.

Licht: Normaal.

Beplanting: Dichte beplanting met wat drijfplanten en enkele open zwemruimtes.

Bodembedekking: Zand of grind. Wat stukken (kien)hout, stenen of takken worden zeker ook op prijs gesteld.

Stroming: Zwak tot matig.

Leeftijd: 5 jaar.

Lengte: Mannetje 3,5 cm en vrouwtje 5 cm.

Voedsel: Droogvoer, diepvriesvoer, groenvoer en levend voer. Als ze geen groenvoer krijgen durven ze wel eens hapjes uit zachte planten te nemen.

Aquariummaat: 60 cm.

Waterlaag: Midden.

Karakter: Zeer vreedzaam.

Aantal: 1 mannetje met 2 vrouwtjes of een meervoud hiervan.

Geschikt voor: Beginners met enige ervaring.

Geschikt voor gezelschapsaquarium: Kan, mits de medebewoners ook klein zijn. Beter is om ze in een speciaal aquarium te houden.

Draagtijd: Ongeveer 4 tot 6 weken.

Bijzonderheden: De Phalloceros caudimaculatus reticulatus auratus is een ondersoort van de "gewone" Phalloceros caudimaculatus reticulatus.

Kweekinfo: Het kweken met het Zwartgevlekte tandkarpertje "auratus" is makkelijk en ze stellen aan het water verder geen eisen.

 

Het zijn levendbarende vissen die dus geen eitjes leggen maar gelijk levende jongen krijgen, zogenaamde eierlevendbarende vissen. Na de geboorte kunnen de jongen gelijk voor zichzelf zorgen. De draagtijd is ongeveer 4 tot 6 weken.

 

Geen van beide ouders zal voor de jongen zorgen, dit tandkarpertje zal zelden de eigen jongen opeten tenzij ze honger lijden. Eventuele medebewoners kunnen dat natuurlijk wel, afhankelijk waar ze mee samen worden gehouden.

 

De jongen kan men grootbrengen met stofvoer, fijngewreven droogvoer of Artemia-naupliën.