Laatst bijgewerkt: 15 augustus 2025
🔎 Klik op kleine foto hieronder voor vergroting 🔍
© Foto 1: Yvonne Schrijver, foto 2: Naomi van der Veur, foto 3: Johan Scheenstra, foto 4: Rik Dekker
IUCN-status: Niet bedreigd (2020)
Nederlandse naam: Vijfstreepbarbeel.
Wetenschappelijke naam: Desmopuntius pentazona.
Synoniemen: Barbus pentazona, Barbus pentazona pentazona, Capoeta pentazona, Puntius pentazona, Systomus pentazona.
Oorsprong: Azië.
Landen: Maleisië, Indonesië (Borneo).
Leefomgeving: Deze soort komt voornamelijk voor in veenmoerassen en de bijbehorende zwarte waterstromen, maar wordt ook aangetroffen in andere stilstaande wateren. Vaak gaat het om gebieden met ondergedoken gras, waterplanten en een dichte oeverbegroeiing. Het water is meestal bruin gekleurd door humuszuren en andere chemicaliën die vrijkomen bij het ontbinden van organisch materiaal. Het gehalte aan opgeloste mineralen is doorgaans zeer laag, terwijl de pH-waarde vaak tussen 3,0 en 4,0 ligt. De bodem is meestal bedekt met afgevallen bladeren, takken en onderwaterliggende boomwortels, al zijn er op sommige plekken ook waterplanten te vinden.
Geslachtsonderscheid: Volwassen mannetjes zijn slanker gebouwd, iets kleiner en feller van kleur dan de vrouwtjes.
Temperatuur: 22 - 26 graden Celsius.
pH: 6 tot 7,5.
GH: 4 tot 10.
Licht: Matig.
Beplanting: Dichte randbeplanting met nog wel voldoende zwemruimte. Drijfplanten zijn aan te raden en dan kan de verlichting wat sterker.
Bodembedekking: Zand of grind. Wat bladafval (gedroogde eiken of beuken bladeren) op de bodem en (kien)hout of takken worden zeker ook op prijs gesteld.
Stroming: Matig.
Leeftijd: 8 jaar.
Lengte: 4 tot 6 cm.
Voedsel: In de natuur voeden deze vissen zich met kleine waterorganismen, zoals insectenlarven en microscopisch kleine diertjes. In het aquarium geef je ze bij voorkeur levend of diepvriesvoer, zoals watervlooien, microwormen, artemia of grindalwormen. Dit kun je aanvullen met hoogwaardig droogvoer voor een gevarieerd dieet.
Aquariummaat: 80 cm.
Waterlaag: Onder het midden.
Karakter: Zeer vreedzaam.
Aantal: Schooltje van 6 of meer.
Geschikt voor: Beginners met enige ervaring.
Geschikt voor gezelschapsaquarium: Ja.
Tijd voor uitkomen eitjes: Na 1 tot 2 dagen.
Bijzonderheden: Dit is één van de vriendelijkste barbeelsoorten, ze bijten niet aan de vinnen van andere medebewoners, ook niet bij Maanvissen, Labyrintvissen en Betta splendens.
Kweekinfo: Het kweken met de Vijfstreepbarbeel is niet makkelijk.
Gebruik een kweekbak van 40 x 25 x 25 met op de bodem 2 of 3 lagen knikkers. Deze knikkers hebben als doel dat de eitjes, na de afzetting, tussen de kieren kunnen vallen, zodat de ouders er niet bij kunnen om ze op te eten. Dit vermindert de kans op predatie door de ouders aanzienlijk. Bovenop de knikkers legt u een flinke hoeveelheid Javamos en andere fijnbladige planten, die extra beschutting bieden aan de eitjes. De kweekbak kan het beste op een donkere plaats worden gezet, met een zwak lampje erboven om een subtiele lichtbron te bieden. Houd de temperatuur in de bak op 27 tot 28 graden Celsius, wat iets hoger is dan de normale waarden maar ideaal voor het kweken. Het water dient zacht en zuur te zijn, met een pH van ongeveer 6 en een GH lager dan 12. Voor de beste resultaten is het aan te raden om het water te filteren over turf, wat het juiste milieu creëert voor een succesvolle voortplanting.
Geef het koppel, voordat ze in de kweekbak worden geplaatst, gedurende een week veel levend voer. Dit rijkere dieet zal het vrouwtje helpen om voldoende energie op te bouwen, wat essentieel is om de ei-productie goed op gang te brengen. Een gevarieerd aanbod van levend voer verhoogt niet alleen de kans op een succesvolle paring, maar draagt ook bij aan de algehele gezondheid van het koppel.
Plaats het koppeltje vervolgens in de kweekbak. De paring vindt vaak al de volgende ochtend plaats. Mocht er echter niets gebeuren, dan kan een gedeeltelijke waterverversing soms helpen om de paring alsnog op gang te brengen, omdat dit een natuurlijke stimulans biedt. Na de ei-afzetting is het verstandig om de ouders direct uit de kweekbak te verwijderen, omdat hun taak erop zit en het risico op het opeten van de eitjes daarmee wordt geëlimineerd. Er worden meestal ongeveer 200 eitjes afgezet, wat een flinke hoeveelheid is. De jongen komen na ongeveer 1 tot 2 dagen uit de eitjes. Zodra ze vrij beginnen te zwemmen, vaak 5 dagen nadat ze uitkomen, kunt u beginnen met het voeren. Voer de jongen met stofvoer en pas uitgekomen Artemia-naupliën, die ideaal zijn voor hun vroege groeifase. Het is aan te raden om meerdere keren per dag kleine beetjes voer te geven, omdat dit niet alleen hun groei bevordert, maar ook hun overlevingskansen vergroot.
Hoe nuttig vond je dit artikel?
Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.
(Plaatsing star-rating 24-02-2025)