Laatst bijgewerkt: 18 mei 2026
IUCN-status: Niet bedreigd (2011)
Nederlandse naam: Goudbarbeel of Brokaatbarbeel.
Wetenschappelijke naam: Barbodes semifasciolatus (Günther, 1868).
Synoniemen: Puntius semifasciolatus, Barbus semifasciolatus, Capoeta semifasciolata, Puntius semifasciolata, Barbus aureus, Barbus hainani.
Oorsprong: Deze soort bestaat al heel lang in de aquariumwereld, in de natuur komt hij echter niet voor omdat het een kweekvorm is, de oorspronkelijke soort komt uit Azië.
Landen: Vietnam, Taiwan, het zuidwesten van China en het noorden van Laos.
Leefomgeving: De stamvorm van de Barbodes semifasciolatus leeft in de subtropische zoetwatergebieden van Zuidoost-Azië maar komt daar echter bijna nergens meer voor. De vis komt oorspronkelijk voor in het stroomgebied van de Rode Rivier en omliggende wateren.Zuidwest-China, met name in de provincies Guangxi en Guangdong, en op de eilanden Hainan, Hongkong en Taiwan. in Vietnam vooral in de noordelijke delen van het land. En in Noord-Laos in specifieke stroomgebieden zoals de Nam Ou-rivier. Ze geven de voorkeur aan stilstaand water en langzaam stromende zijrivieren, zoals moerassen, sloten, reservoirs en irrigatiekanalen. De vissen leven voornamelijk in ondiep water, meestal niet dieper dan 5 meter. Ze houden zich voornamelijk op in de middelste en onderste waterlagen, dicht bij de bodem. Het natuurlijke leefgebied is rijk aan dichte water- en oeverbeplanting, ondergelopen boomwortels en rottend organisch materiaal. De bodem bestaat daar meestal uit een mix van zand, kiezels en modder. Omdat ze in een subtropisch klimaat leven, schommelt de watertemperatuur in de natuur gedurende het jaar flink. In de wintermaanden kan het water in hun Noord-Vietnamese en Chinese leefgebied flink afkoelen (soms tot wel 14°C à 16°C), waardoor deze vis veel beter tegen koeler water kan dan puur tropische aquariumvissen.
Geslachtsonderscheid: Het mannetje is slanker en feller gekleurd met meer rood in de lichaamskleur en duidelijke, groenachtige vlekken op de flanken. Het vrouwtje is groter en haar rug hoger.
Temperatuur: 18 - 24 graden Celsius.
pH: 6 tot 8.
GH: 5 tot 19.
Licht: Matig.
Beplanting: Normale beplanting met wat drijfplanten.
Bodembedekking: Zand of grind. Wat takken worden zeker ook op prijs gesteld.
Stroming: Zwak tot matig.
Leeftijd: 5 jaar.
Lengte: 4 tot 6 cm.
Voedsel: In de natuur jagen deze dieren op kleine waterbewoners, zoals insectenlarven, schaaldieren, algen en ander zoöplankton. In het aquarium kun je ze het beste voeren met levend of diepvriesvoer, zoals watervlooien, muggenlarven, artemia of grindalwormen. Dit kun je aanvullen met droogvoer en korrels dat ook een deel plantaardige en algenbestanddelen moet bevatten.
Aquariummaat: 80 cm.
Waterlaag: Onder het midden.
Karakter: Zeer vreedzaam.
Aantal: Schooltje van minimaal 6 stuks.
Geschikt voor: Beginners.
Geschikt voor gezelschapsaquarium: Ja.
Tijd voor uitkomen eitjes: Na ongeveer 30 tot 36 uur.
Bijzonderheden:
Kweekinfo: Het kweken met de Goudbarbeel is redelijk eenvoudig.
De kweekbak hoeft niet al te groot te zijn, een inhoud van 40 tot 50 liter is al meer dan voldoende en voldoet prima voor dit doel. Het is belangrijk dat de bodem bedekt wordt met een laag knikkers, omdat de eitjes hier tussen kunnen vallen. Op deze manier kunnen de ouders er niet meer bij na de paring, wat essentieel is voor het beschermen van de eitjes. Daarnaast is het van belang dat er fijnbladige planten aanwezig zijn in de bak. Deze planten kunnen het beste in kleine potjes geplaatst worden om ze goed te positioneren. Ook Javamos is een uitstekende keuze en zeker aan te raden. Verder mogen wat drijfplanten absoluut niet ontbreken, omdat deze een belangrijke rol spelen in het proces. Wat betreft de watersamenstelling is een temperatuur van rond de 26 graden Celsius ideaal. Daarnaast is een pH-waarde van 7 en een GH tussen de 6 en 12 aan te raden om de omstandigheden optimaal te maken.
De paring verloopt doorgaans stormachtig en kan wel enkele uren in beslag nemen. Het proces kan intensief zijn en duurt meestal een paar uur. Zodra alle eitjes afgezet zijn – wat er meestal tussen de 200 en 300 zijn – moeten de ouders direct uit de kweekbak verwijderd worden. Dit is belangrijk omdat de ouders vanaf dat moment alleen nog oog hebben voor de eitjes, maar helaas met de bedoeling ze op te eten. De eitjes worden overal in de bak afgezet: tussen de planten, waarbij sommige eitjes naar de bodem zinken, en andere worden zelfs onder drijfplanten geplakt. Dit komt doordat de eitjes een grote kleefkracht hebben. Na 30 tot 36 uur komen de eitjes uit, waarna de jongen nog ongeveer twee dagen teren op de voorraad uit de eierdooier. Na deze periode kan men de jongen beginnen te voeren met Artemia-naupliën en fijn stofvoer om hun groei goed te ondersteunen.
Hoe nuttig vond je dit artikel?
Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.
(Plaatsing star-rating 24-02-2025)