Laatst bijgewerkt: 21 mei 2026
🔎 Klik op kleine foto hieronder voor vergroting 🔍
© Foto 1: Esther Ronin Rhove, foto 2: Janneke Van Zanten Schilperoord, foto 3: Kim Jansen
IUCN-status: Kwetsbaar (2019)
Nederlandse naam: Haaienvinbarbeel of Zwartvinkarper.
Wetenschappelijke naam: Balantiocheilos melanopterus (Bleeker, 1850).
Synoniemen: Barbus melanopterus, Puntius melanopterus, Balantiocheilus melanopterus.
Oorsprong: Azië.
Landen: Maleisië, Indonesië (Borneo en Sumatra).
Leefomgeving: Het natuurlijke leefgebied van de Balantiocheilos melanopterus (haaienvinbarbeel) bevindt zich in de zoetwatersystemen van Zuidoost-Azië. In het wild is de soort beperkt tot specifieke eilanden en regio's. zoals op Borneo en Sumatra (Indonesië), dit zijn de belangrijkste kerngebieden waar de vis van oorsprong vandaan komt. Een bekend specifiek leefgebied is het Danau Sentarum National Park op Borneo. Ook op het Maleisisch Schiereiland, maar hier komen of kwamen ze in mindere mate voor. Opmerking over verwarring: Oudere bronnen vermelden vaak de Mekong- en Chao Phraya-rivieren in Thailand en Cambodja. Wetenschappelijk onderzoek heeft echter aangetoond dat dit waarschijnlijk ging om een nauw verwante (en nu vermoedelijk uitgestorven) zustersoort, de Balantiocheilos ambusticauda.De haaienvinbarbeel stelt specifieke eisen aan zijn natuurlijke omgeving. Ze leven voornamelijk in de middelste waterlagen van middelgrote tot grote rivieren en grote natuurlijke meren. Ze geven de voorkeur aan traag tot matig stromend water. Gebieden met voldoende onderwaterbeplanting en natuurlijke schuilplaatsen (zoals gezonken hout) zijn belangrijk voor de vis om in te schuilen. Het is een pelagische vis, wat betekent dat hij constant in het open, vrije water zwemt en zelden op de bodem rust. Het natuurlijke leefgebied van deze vis staat zwaar onder druk. In veel riviersystemen waar de vis vroeger massaal voorkwam (zoals het Batang Hari-bekken op Sumatra), is de soort inmiddels volledig verdwenen (uitgestorven). De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn grootschalige ontbossing, vervuiling door bosbranden en de aanleg van dammen hebben de rivieren onbewoonbaar gemaakt. In de jaren '70 en '80 werden volwassen vissen massaal in hun paaigebieden weggevangen voor de wereldwijde aquariumhandel.
Geslachtsonderscheid: Moeilijk te zien, bij volwassen vissen heeft het vrouwtje een dikkere buikpartij.
Temperatuur: 22 - 26 graden Celsius.
pH: 7,5 tot 8,5.
GH: 4 tot 15.
Licht: Normaal.
Beplanting: Normaal beplant aquarium met erg veel zwemruimte.
Bodembedekking: Zand of grind. Stenen van verschillende grootte, hout en takken stellen ze zeker ook op prijs.
Stroming: Matig tot sterk.
Leeftijd: 10 jaar.
Lengte: 22 tot 30 cm.
Voedsel: In de natuur voeden ze zich voornamelijk met fytoplankton, kleine kreeftachtigen, raderdiertjes, insecten en hun larven. Daarnaast eten ze ook algen en ander plantaardig materiaal. In het aquarium kun je ze een gevarieerd dieet aanbieden van levend voer en diepvriesvoer, zoals muggenlarven, artemia, grindalwormen en watervlooien. Dit vul je aan met droogvoer in de vorm van vlokken of korrels, en veel plantaardig voedsel zoals gepelde erwten, geblancheerde courgette, spinazie en kleine stukjes fruit. Grotere exemplaren kun je daarnaast ook voeden met stukjes regenworm, garnalen, mosselen en vergelijkbare voeding.
Aquariummaat: 150 cm.
Waterlaag: Midden en onder.
Karakter: Vreedzaam.
Aantal: Schooltje van minimaal 6 vissen.
Geschikt voor: Beginners met enige ervaring.
Geschikt voor gezelschapsaquarium: Ja.
Tijd voor uitkomen eitjes:
Bijzonderheden: Deze vissen zijn werkelijk prachtig, maar ze zijn alleen geschikt voor ruime aquaria van minimaal 150 cm. Hoewel ze in de winkel vaak als kleine, jonge exemplaren worden verkocht, groeien ze in een rap tempo uit tot aanzienlijk grotere vissen.
Kweekinfo: Het kweken met de Haaienvinbarbeel is zéér moeilijk en zal eerder een gelukstreffer zijn dan een echte kweekopzet.
Ze dienen in een school van minimaal 6 exemplaren te worden gehouden, omdat ze zich in groepsverband het meest op hun gemak voelen. Als men vermoed dat zich er een paartje heeft gevormd, is het aan te raden om ze apart te zetten in een grote kweekbak. Deze bak dient te zijn voorzien van voldoende beplanting en andere schuilmogelijkheden, zodat ze zich veilig en comfortabel kunnen voelen tijdens het kweekproces.
Als er eenmaal eitjes zijn gelegd en deze bevrucht blijken te zijn, moeten de ouders er direct uit worden gehaald. Dit is noodzakelijk, omdat ze anders vrijwel zeker de eitjes weer op zullen eten. Na het uitkomen van de eitjes duurt het vervolgens nog een tijdje voordat de jongen zelfstandig gaan zwemmen. Zodra dit moment is aangebroken, kunnen ze gevoerd worden met uiterst fijn voedsel zoals pekelkreeftjes en speciaal stofvoer, wat ideaal is voor hun kleine formaat en voedingsbehoeften.
Hoe nuttig vond je dit artikel?
Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.
(Plaatsing star-rating 24-02-2025)