Laatst bijgewerkt: 16 april 2026

🔎 Klik op kleine foto hieronder voor vergroting 🔍

© Foto's: Stan De Jong

Slijkspringer

Periophthalmus novemradiatus

De kustlijnen van India, Myanmar, Thailand, Maleisië, de Filipijnen en delen van Noord-Indonesië.


IUCN-status: Onzeker (2017)

Nederlandse naam: Slijkspringer.

Wetenschappelijke naam: Periophthalmus novemradiatus.

Synoniemen: Gobius novemradiatus, Periophthalmus novermradiatus, Periophthalmus pearsei, Periophthalmus variabilis, Periophthalmus variabilis variabilis.

Oorsprong: Azië. 

Landen: De kustlijnen van India, Myanmar, Thailand, Maleisië, de Filipijnen en delen van Noord-Indonesië.

Leefomgeving: De Periophthalmus novemradiatus, ook wel de Slijkspringer genoemd, heeft een zeer specifiek leefgebied dat zich op de grens van land en water bevindt. Deze soort komt voor langs de kusten van de Indische Oceaan en delen van de Zuidoost-Aziatische wateren. Ze worden voornamelijk aangetroffen in India, Myanmar, Thailand, Maleisië, de Filipijnen en delen van Noord-Indonesië. In tegenstelling tot de meeste vissen brengt deze slijkspringer een groot deel van zijn tijd buiten het water door. Ze leven in gebieden die worden beïnvloed door het getij, zoals mangrovemoerassen en modderige riviermonden (estuaria). Hun leefomgeving bestaat uit brak water met een wisselend zoutgehalte. Tijdens eb zie je ze op de blootliggende moddervlaktes. De zachte, vochtige modder is essentieel voor hun overleving, omdat ze hierin diepe holen graven om te schuilen, te broeden en vochtig te blijven. Ze leven tussen de steltwortels van mangroverbomen. Ze klimmen soms zelfs op lage takken of wortels om de vloed af te wachten of om hun territorium te overzien. Het leefgebied stelt extreme eisen, waar de vis zich op unieke wijze op heeft aangepast. Ze kunnen via hun huid en speciale kieuwholtes zuurstof uit de lucht opnemen, mits ze vochtig blijven. De holen die ze in de modder graven, reiken tot onder het grondwaterpeil, zodat ze altijd toegang hebben tot water, zelfs als de modderbanken droogvallen.

Geslachtsonderscheid: Moeilijk te zien maar bij de mannetjes zijn de eerste vinstralen van de rugvin verlengd.

Temperatuur: 20 - 30 graden Celsius.

pH: 7 tot 7,9.

GH: 6 tot 10.

Zoutgehalte: 1.002 tot 1.024.

Licht: Matig.

Beplanting: 

Bodembedekking: 

Stroming: Matig tot sterk.

Leeftijd: 8 jaar.

Lengte: 5 tot 6 cm.

Voedsel: In de natuur voeden ze zich voornamelijk met kleine krabben, ongewervelden en insecten. In het aquarium passen ze zich goed aan en kunnen ze gevoerd worden met levende wormen, krekels, vliegen, meelwormen, kevers, kleine vissen en schaaldieren. Ook diepvriesvoer zoals bloedwormen of artemia wordt doorgaans geaccepteerd. Het gebruik van droogvoer wordt echter sterk afgeraden, omdat dit maagproblemen, zoals opzwellen, kan veroorzaken.

Aquariummaat: 100 cm voor 5 vissen.

Waterlaag: Midden en onder.

Karakter: Vreedzaam naar andere vissen, onderling willen ze nog wel eens ruzie maken.

Aantal: 5 stuks of meer.

Geschikt voor: Beginner met enige ervaring.

Geschikt voor gezelschapsaquarium: Nee.

Tijd voor uitkomen eitjes: 

Bijzonderheden: Dit zijn brakwatervissen.

Onderstaande info is geschreven door Stan De Jong:

Doorgaans worden in relevante groepen een afkeer bekend gemaakt als men foto's van vissen op het droge ziet. Bij deze vis mag daar een uitzondering op worden gemaakt.

Het is een slijkspringer en behoort tot de grondelachtigen. Wel een vis dus. Doch het merendeel van de tijd bevinden slijkpringers zich op het droge doch houden ze zichzelf wel vochtig. En mocht de vochtigheid te laag zijn dan springen ze in het water of modder (afhankelijk wat voorhanden is). En dit soort betreft brakwatervissen afkomstig uit m.n. India doch komen ook voor in Indonesië.

Afrikaanse varianten zijn er overigens ook en zijn doorgaans groter. Er is qua uiterlijk niet echt een verschil op te noemen tussen beide geslachten m.u.v. de dorsaal (rugvin). Bij een volgroeide man zullen de eerste vinstralen verlengd raken t.o.v. een vrouwelijk exemplaar.

Verder zijn de borstvinnen voorzien van spieren waardoor deze vissen hun borstvinnen op het droge als pootjes gebruiken. Ze lopen dan ook letterlijk hierop. Ook dit kleinere lid van de slijkspringers kunnen zich territoriaal opstellen. Zelf heb ik er momenteel 4 in een paludarium zitten. Ze hebben hun eigen stekje in de bak doch als ze bij elkaar komen dan is er gelukkig geen stampij te bekennen.

Ze worden ook bijzonder handtam.

Qua temperatuur is tussen de 20°C - 30°C een mooie marge waar ze zich happy bij voelen. En hun dieet bestaat bij mij hoofdzakelijk uit levend, gedroogde garnalen/muggelarven en diepvriesvoer.

Een echte aanrader als je net iets anders zoekt in een vis. Eéntje die zowel op het land als in het water leeft.


Hoe nuttig vond je dit artikel?

Klik op een ster om jouw beoordeling achter te laten.

(Plaatsing star-rating 23-02-2025)

Rating: 4.8571428571429 sterren
7 stemmen