• Plaats ook eens iets in ons Gastenboek.
  • Hoeveel sterren geeft u onze website?
Home » Vissen » Karperachtigen » Karperachtigen 3 » Roodstaart rasbora

© Foto's: Rosetta Schiff - Jansen

Naam: Roodstaart rasbora, Brilliant rasbora.

Wetenschappelijke naam: Rasbora borapetensis.

Synoniemen: 

Oorsprong: Thailand, Maleisië, Laos, Vietnam, China, Filippijnen, Soenda-eilanden, Indonesië, Brunei Darussalam en Singapore.

Biotoop: Aziatisch.

Geslachtsonderscheid: Volwassen mannetjes zijn slanker van bouw en intenser van kleur dan de vrouwtjes.

Temperatuur: 23 - 26 graden Celsius.

pH: 6 tot 7,5.

GH: 5 tot 8.

Licht: Matig.

Beplanting: Dichte randbeplanting. Drijfplanten, drijfhout of drijftakken worden zeker ook op prijs gesteld.

Bodembedekking: Zand of grind. Vergeet ook geen stukken (kien)hout waar ze zich achter kunnen verstoppen.

Stroming: Zwak tot matig.

Leeftijd:

Lengte:  5 cm.

Voedsel: Droogvoer, diepvriesvoer, groenvoer en levend voer.

Aquariummaat: 60 cm.

Waterlaag: Overal.

Karakter: Vreedzaam.

Aantal: Schooltje van minimaal 10 stuks.

Geschikt voor: Beginners.

Geschikt voor gezelschapsaquarium: Ja.

Tijd voor uitkomen eitjes: 18 tot 48 uur, afhankelijk van de temperatuur.

Bijzonderheden: Deze soort is erg rustig en kunnen bijvoorbeeld prima samen worden gehouden met kleine soorten Labyrintvissen.

Kweekinfo: Het kweken met dit visje is mogelijk, maar niet makkelijk.

 

De kweekbak kan het beste ongeveer 75 x 30 x 30 zijn voor 2 paartjes en het water moet licht zuur tot een neutrale pH hebben. Net boven de bodem kan men het beste een soort gaas spannen met kleine gaatjes waar de eitjes net doorheen passen. Een stuk kunststof grasmat schijnt ook prima te werken en ook kan men knikkers op de bodem leggen waar de eitjes dan tussen vallen.

 

Plaats 1 of 2 goed gevoede paartjes in de kweekbak, de vrouwtjes zijn dan al duidelijk dikker van de eitjes. Zijn ze dat niet dan eerst meer levend voer en/of diepvries voer geven om de ei productie op gang te helpen.

 

Vervang dan om de paar uur een klein gedeelte van het water door koud water en voer weer wat bij. Als het goed is gaan ze dan paren en worden er ongeveer 30 tot 50 eitjes geproduceerd, een enkele keer meer. Verwijder daarna de ouders anders eten ze de eitjes gewoon weer op als ze de kans krijgen.

 

Na 18 tot 48 uur, afhankelijk van de temperatuur, komen de eitjes uit en nog eens 24 tot 48 uur later gaan de jongen vrij rondzwemmen en kan men ze gaan voeren met Artemia-naupliën en microwormen.