• Plaats ook eens iets in ons Gastenboek.
  • Hoeveel sterren geeft u onze website?
Home » Vissen » Cichliden » Malawi cichliden » Malawi cichliden 1 » Dimidiochromis compressiceps

© Foto's: Ed Overmars

Naam: Dimidiochromis compressiceps.

Wetenschappelijke naam: Dimidiochromis compressiceps.

Synoniemen: Paratilapia compressiceps, Cyrtocara compressiceps, Haplochromis compressiceps.

Oorsprong: Malawi, Mozambique en Tanzania (Malawi Meer).

Biotoop: Afrikaans.

Geslachtsonderscheid: Mannetjes worden groter en als ze volwassen zijn worden ze blauw van kleur en de vrouwtjes blijven zilverkleurig.

Temperatuur: 22 - 26 graden Celsius.

pH: 7,5 tot 8,5.

GH: 12 tot 16.

Licht: Normaal.

Beplanting: Een groepje Vallisneria of wat rietstengels bij elkaar wordt wel op prijs gesteld want daar hangen ze graag tussen te wachten op een prooi.

Bodembedekking: Bij voorkeur een zandbodem. Verder de bak inrichten met veel stenen en grotten.

Stroming: Matig tot hard.

Leeftijd: 10 jaar.

Lengte: Vrouwtje rond de 18 cm en mannetje rond de 23 cm.

Voedsel: Diepvriesvoer, levend voer zoals garnalen, vis en ander dierlijk voedsel, soms nemen ze ook wel droogvoer maar dat mag absoluut niet hun hoofdvoedsel zijn.

Aquariummaat: 200 cm.

Waterlaag: Onder het midden.

Karakter: Mild agressief.

Aantal: 1 mannetje met meerdere vrouwtjes.

Geschikt voor: Beginners met enige ervaring.

Geschikt voor gezelschapsaquarium: Nee.

Tijd voor uitspugen eitjes: Ongeveer 23 dagen.

Bijzonderheden: Zorg voor schuilplaatsen in de vorm van rotsen en stenen. Deze vis is een grote rover, dus zeker niet samen houden met soorten die kleiner dan hemzelf zijn.

Kweekinfo: Het kweken met deze soort is tamelijk eenvoudig.

 

Tijdens de paring, die wel een dag kan duren, kleurt het mannetje prachtig blauw en kleuren de rug- en anaalvin zwart met een rode band.

De eitjes worden door het vrouwtje in de bek (muilbroeder) uitgebroed, wat ongeveer 23 dagen zal duren, afhankelijk van de temperatuur.

 

Als de jongen worden vrijgelaten zijn ze al meer dan een centimeter groot, de broedzorg houdt dan ook op voor het vrouwtje en de jongen, meestal tussen de 40 en 100 stuks, moeten verder zichzelf maar redden.

 

Ze kunnen direct met Artemia of pas geboren guppen worden gevoerd.