• Plaats ook eens iets in ons Gastenboek.
  • Hoeveel sterren geeft u onze website?
Home » Vissen » Cichliden » Dwergcichliden » Dwergcichliden 2 » Roodborst acara

© Foto: Rosetta Schiff

© Foto: Rosetta Schiff

© Foto: Ed Overmars

Naam: Roodborst acara.

Wetenschappelijke naam: Laetacara dorsigera.

Synoniemen: Acara dorsiger, Aequidens dorsiger, Aequidens dorsigerus, Aequidens dorsigera, Astronotus dorsigera en Parvacara dorsigera.

Oorsprong: Brazilië, Argentinië, Paraguay en Bolivia.

Biotoop: Zuid-Amerikaans.

Geslachtsonderscheid: Lastig te zien als ze nog niet volwassen zijn. Bij volwassen vissen is het mannetje iets groter dan het vrouwtje, wat kleurrijker en heeft verlengde vinstralen.

Temperatuur: 22 - 29 graden Celsius.

pH: 6,5 tot 7,5.

GH: 1 tot 10.

Licht: Zwak.

Beplanting: Houden van een dichte beplanting.

Bodembedekking: Een zanderige, donkere bodem heeft hun voorkeur.

Stroming: Zwak.

Leeftijd: 

Lengte: Vrouwtje 7 cm en mannetje 8 cm.

Voedsel: Klein levend voer, diepvriesvoer of droogvoer.

Aquariummaat: 80 cm.

Waterlaag: Midden en onder.

Karakter: Vreedzaam en soms wat schuw, in de paartijd zijn ze agressief en territoriaal.

Aantal: Paartje.

Geschikt voor: Beginners met enige ervaring.

Geschikt voor gezelschapsaquarium: Ja, mits samengehouden met niet al te drukke vissen. Het is aan te raden een scholenvisje bij ze te doen die in de bovenste waterlaag leeft, ze worden dan minder schuw en zullen zich meer laten zien.

Tijd voor uitkomen eitjes: Na 40 tot 44 uur.

Bijzonderheden: 

Kweekinfo: De kweek met de Laetacara dorsigera is best te doen.

 

Het beste kan men een koppel in een kweekbak doen en ze flink gaan voeren met klein levend voer. Ververs op een gegeven moment een groot deel van het water en voer de temperatuur iets op naar 24 of 25 graden Celsius. De baltsperiode kan wel 3 dagen duren. Als het goed is worden er dan zo'n 300 eitjes afgezet op een platte steen, dus dient men er voor te zorgen dat die dan ook in de kweekbak aanwezig zijn.

 

Het vrouwtje zal voor de eitjes zorgen en het mannetje zal het territorium fel verdedigen tegen indringers. Na 40 tot 44 uur komen de jongen tevoorschijn en worden ze in ondiepe kuiltjes ondergebracht. De komende 4 dagen worden ze geregeld naar andere kuiltjes verhuisd door de ouders.

 

Als de jongen vrij gaan rondzwemmen kunnen ze vanaf dan met raderdiertjes en Artemia-naupliën worden grootgebracht. Beide ouders zullen de jongen zo goed mogelijk beschermen en verzorgen.